woensdag 12 maart 2008
Vakdidactiek J3K3 / opdracht 9
a. Wat zijn wiki’s?
Wiki's zijn tekst(beststand)en die op internet staan. Het verschil met gewone teksten op internet zit hem in het feit dat alle bezoekers van de site de wiki aan kunnen passen. Soms moet je je registreren om de wiki aan te mogen passen. Wiki's zijn ontstaan uit het idee dat hoe meer mensen een tekst in kunnen zien en daadwerkelijk aan kunnen passen, hoe hoger de kwaliteit is. In de praktijk moet de lezer toch wel kritisch zijn naar de inhoud van wiki's.
Voornaamste voorbeeld: http://www.wikipedia.com/
b. Hoe kunnen wiki’s in het onderwijs worden ingezet?
Je kunt leerlingen in groepjes of in een klas samen aan één wiki over een bepaald onderwerp laten werken. Iedereen kan het product dan inzien en aanpassen. Wel zou je na moeten denken over hoe je de leerlingen individueel beoordeelt.
c. Hoe kunnen wiki’s bij het schoolvak Nederlands worden ingezet?
Zie b. Je zou ze bijvoorbeeld samen aan een pagina kunnen laten werken waarop boeken worden besproken of waarop ze zelf een samenvatting van de stof zetten en deze aanpassen/aanvullen waar nodig.
d. Zoek leuke, interessante, spannende voorbeelden waarin wiki’s bij het schoolvak Nederlands worden ingezet.
Voorbeelden zijn moeilijk te vinden, wel heb ik dit onderdeel van wikipedia gevonden:
http://danae.learningcommunity.nl/wiki/index.php/Welkom_bij_LearningCommunity_Wiki#Lesmateriaal_gemaakt_door_docenten
e. Zoek een manier om gratis wiki’s te maken.
http://www.wikia.com/
f. Zoek een leuke ‘cursus’ om te leren met wiki’s te werken.
http://docs.moodle.org/nl/Hoe_zet_ik_een_Wiki_voor_leerlingen_op_en_leer_ze_ermee_werken%3F / http://www.rug.nl/uocg/onderwijs/rug0708/wikiOnderwijs (moet voor worden betaald) / http://pbwiki.com/education.wiki
g. Wat vind jij van wiki’s?
Het voordeel van wiki's is tegelijkertijd ook het nadeel. Ik vraag me af of we in het onderwijs of misschien wel in het algemeen blij moeten zijn met dat iedereen zo makkelijk bronnen kan produceren en aan kan passen. Op zichzelfstaand is dat niet zo'n probleem; wat wel het probleem is, is dat de kwaliteit van wiki's te weinig in twijfel wordt getrokken door leerlingen. Ik ben dus niet erg te spreken over wiki's.
Vakdidactiek J3K3 / opdracht 8
Oriënteer je op podcasts bij het schoolvak Nederlands en gebruik de volgende vragen als richtlijn:
a. Wat zijn podcasts?
Er zijn sites die nieuws of informatie verschaffen in de vorm van audio- of videobestanden, gebruikers kunnen zich hier dan op abonneren. Elke keer wanneer de gebruiker dan verbinding heeft met het internet, haalt de computer de bestanden op van de sites waarop de gebruiker geabonneerd is. Deze kan de gebruiker vervolgens bekijken/beluisteren of op zijn mp3-speler zetten. Dit proces wordt podcasten genoemd.
b. Hoe kunnen podcasts in het onderwijs worden ingezet?
Je zou interessante podcasts voor leerlingen kunnen zoeken, aangeven dat ze zich hierop abonneren en er vervolgens in je lessen iets mee doen. Ook zou je eventueel zelf een site maken en hierop podcasts publiceren voor je leerlingen. Uiteindelijk zou je misschien wel voor de les uitleg van stof in een podcast kunnen zetten of je uitleg tijdens de les opnemen om later op internet te zetten.
c. Hoe kunnen podcasts bij het schoolvak Nederlands worden ingezet?
Zie b.
d. Zoek leuke, interessante, spannende voorbeelden waarin podcasts bij het schoolvak Nederlands worden ingezet.
http://www.ictopschool.net/snel/podcast / http://www.edukast.nl/
e. Zoek een manier om gratis podcasts te maken.
Met Quicktime kun je podcasts maken. Wel heb je een camera en/of microfoon nodig.
Quicktime is hier te downloaden: http://www.apple.com/quicktime/download/
f. Zoek een leuke ‘cursus’ om te leren met podcasten te werken.
http://www.ossinhetonderwijs.nl/index.php?module=pagesetter&func=viewpub&tid=10000&pid=19 / http://www.apple.com/quicktime/tutorials/podcasting.html
g. Wat vind jij van podcasten?
Ik denk dat podcasts in de toekomst een belangrijke rol gaan spelen in het onderwijs. Zeker als je bedenkt dat het lerarentekort groter aan het worden is, zal dit tekort met alle mogelijkheden bestreden moeten worden. Hoewel ik mezelf nog nooit heb geabonneerd op podcasts, hebben deze opdrachten wel mijn interesse gewekt. Ik denk wel dat podcasts op dit moment nog niet echt doorgebroken zijn in Nederland.
Vakdidactiek J3K3 / opdracht 7
Oriënteer je op webquests bij het schoolvak Nederlands en gebruik de volgende vragen als richtlijn:
a. Wat zijn webquests?
Webquests zijn speurtochten op internet die leerlingen/studenten kunnen maken. Het zijn opdrachten die bestaan uit allerlei kleine zoekopdrachten gericht op het vinden van informatie op internet.
b. Hoe kunnen webquests in het onderwijs worden ingezet?
Webquests zijn vooral goed te gebruiken bij orientatie-opdrachten. Dit komt omdat de leerlingen in sterke mate zelfstandig aan het werk zijn en ze het 'zelf uit mogen zoeken'. Ze kunnen echter ook gebruikt worden om leerlingen te helpen bij het zoeken naar bronnen voor verslagen, spreekbeurten en dergelijke.
c. Hoe kunnen webquests bij het schoolvak Nederlands worden ingezet?
Om de leerlingen te laten orienteren voor bijvoorbeeld een schrijfopdracht waarbij ze een betoog over zinloos geweld gaan schrijven.
d. Zoek leuke, interessante, spannende voorbeelden waarin webquest bij het schoolvak Nederlands worden ingezet.
http://www.webkwestie.nl/vo_digitheek/index.htm
e. Zoek een manier om gratis webquests te maken.
http://webquest.kennisnet.nl/webquestmaken
f. Zoek een leuke ‘cursus’ om te leren met webquests te werken.
http://webquest.kennisnet.nl/webquestvoorbereiden
g. Wat vind jij van webquests?
Ik vind webquests wel aardig, maar ik denk ook dat webquests maar selectief ingezet kunnen worden. Ik heb met brugklassen aan een ICT-project gewerkt. De leerlingen moesten allerlei opdrachten uitvoeren, wat uiteindelijk moest leiden tot een brief en een betoog. Onder deze opdrachten zaten ook webquests. Ik merkte dat leerlingen het leuk vinden om hieraan te werken en dat ze hier over het algemeen totaal geen moeite mee hebben. Er moet wel worden opgemerkt dat er veel aandacht moet worden besteed aan de vragen/instructie bij webquests. Dit is zeker zo omdat leerlingen voornamelijk zelf aan de slag zijn met de vragen.
Vakdidactiek J3K3 / opdracht 5
http://del.icio.us/RGroenendijk
dinsdag 11 maart 2008
Vakdidactiek J3K3 / opdracht 6
a. Wat zijn weblogs?
Internetpagina's waarop mensen berichten kunnen plaatsen. Deze berichten gaan vaak over de gebruiker zelf of over onderwerpen die hem/haar interesseert. Andere mensen kunnen deze berichten dan lezen en erop reageren of zich erop abonneren.
b. Hoe kunnen weblogs in het onderwijs worden ingezet?
Leerlingen/studenten zouden hun ontwikkeling kunnen beschrijven op een 'reflectieblog'. Ook zouden mensen hele verslagen of opdrachten op hun blog kunnen zetten, zodat docenten deze op internet kunnen bekijken en erop reageren.
c. Hoe kunnen weblogs bij het schoolvak Nederlands worden ingezet?
Leerlingen zouden gelezen werk kunnen beschrijven op een blog en hierover hun mening geven. Andere leerlingen kunnen deze boekbesprekingen dan lezen en bepalen of zij het de moeite waard vinden het desbetreffende boek ook te lezen.
d. Zoek leuke, interessante, spannende voorbeelden waarin weblogs bij het schoolvak Nederlands worden ingezet.
http://smiknederlands.web-log.nl/ / http://www.lyceumnederlands.web-log.nl/ / http://taalprof.web-log.nl/
e. Zoek een manier om gratis weblogs te maken.
http://www.blogger.nl/ / http://www.web-log.nl/
f. Zoek een leuke ‘cursus’ om te leren met weblogs te werken.
Cursussen hiervoor zijn moeilijk te vinden. Ik denk dat ik daarom, wanneer ik klassen weblogs zou laten maken, eerder ervoor zou kiezen zelf een hand-out te maken en deze te voorzien van instructie/toelichting.
g. Wat vind jij van weblogs?
Ik vond eigenlijk altijd dat te veel mensen weblogs gebruiken om hun leven tot in de kleinste details te beschrijven waarin toch niemand zich interesseert. Ik denk nog steeds dat dit veel gebeurt. Tijdens deze module ben ik er wel achter gekomen dat het inzetten van weblogs in het onderwijs een leuke en handige toevoeging is.
Vakdidactiek J3K3 / opdracht 4
a. Maak de vragen in bijlage 4.
1. Iemand gaat op vakantie naar Amerika. Het is daar 80 graden Fahrenheit. Wat is de temperatuur in graden Celsius?
27 graden
2. Zoek op de site van de overheid naar informatie over de Identiteitskaart. Vergelijk het aantal treffers met het aantal dat je krijgt als je gewoon via Google zoekt naar informatie over de Identiteitskaart.
Site overheid: 5398 treffers / Google: 324.000 treffers
3. Er zijn twee verschillende boeken met de titel “Nachttrein naar Lissabon”. De ene is geschreven door Pascal Mercier, de andere door een andere auteur. Hoe zie je het snelst of er een boekbespreking van dat andere boek te vinden is.
Google de volgende zoekopdracht geven: "Nachttrein naar Lissbon" -"Pascal Mercier"
4. Zoek in Google naar bijgaande afbeelding van een Korintisch kapiteel (een kapiteel is de bekroning van een zuil)
Oké
5. Ontdek welke trefwoorden ook te gebruiken zijn als je naar informatie over arbeidsongeschiktheid zoekt. Gebruik hiervoor de zoekmachine speciaal voor het onderwijs: http://www.davindi.nl/. Dit is een associatieve zoekmachine. Verfijn met een van die trefwoorden je zoekvraag, b.v. werkloosheid. Zoek resultaten die speciaal voor de bovenbouw VWO geschikt zijn.
http://www.uwv.nl/ / http://www.wetwegwijzer.nl/oarbeids.htm / http://www.leren.nl/rubriek/loopbaan/arbeidsongeschiktheid/
6. Zoek in de zoekmachine http://www.zoeken.nl/ op het trefwoord zalm. Wat is het meest opmerkelijke verschil met de zoekmachine Google?
Zoeken.nl geeft ruim twee keer meer treffers.
7. De Nokia 3310 was 7 jaar geleden het nieuwe model van Nokia. Zoek de site van Nokia uit sept. 2000, waarin ze reclame maakten voor dit nieuwe model.
Deze site heb ik helaas niet kunnen vinden.
8. Vertaal de site http://www.shakespeare.com/ in het Nederlands met de vertaalmachine van Babelfish.
Oké
9. Beoordeel de betrouwbaarheid van de site http://www.martinlutherking.org/ aan de hand van enkele criteria, genoemd in hoofdstuk 6 over Betrouwbaarheid van informatie.
Achergrond auteur: hier is niks over te vinden.
Hoe actueel is de site: hier is niks over te vinden. Ik vermoed dat de site al een tijdje oud is; dit vermoeden baseer ik op de vormgeving van de site.
Doel van de site: informatie geven over Martin Luther King.
Sponsoring: de site wordt gesponsoord door Stormfront. Wanneer ik op de link van die site klik, kom ik op een forum terecht met racistische doeleinden. Verwarrend..
Bronvermelding: er staat een 'bibliotheek' met artikelen en links op de site. Dit oogt vrij degelijk en betrouwbaar.
Verzorging: het taalgebruik op de site is voldoende. Ik vind de vormgeving van de site echter gedateeerd.
Andere bronnen: er is veelzijdige, gevarieerde informatie te vinden wanneer je op Martin Luther King zoekt.
b. Lees de theorie in bijlage 5.
Oké
c. Reflecteer op deze opdracht
Het zoeken op internet naar informatie lukt prima. Het duurt alleen even om alles op te zoeken. Dit soort opdrachten zijn goed bruikbaar wanneer je ze op school gericht inzet. Ik wil nog even opmerken dat een site over Martin Luther King gesponsoord door een reacistisch forum vreemd is.
Vakdidactiek J3K3 / opdracht 3
Wel zijn er vaardigheden die bij Nederlands van belang zijn die in sterke mate nodig zijn wanneer je ICT gebruikt. Ik heb het dan over het zoeken van informatie in bronnen en het beoordelen van die informatie. Je doet in feiten precies dat wanneer je op internet surft. Ook maak je geburik van je schrijfvaardigheid wanneer je bijvoorbeeld stukjes op je website zet of wanneer je een Powerpointpresentatie maakt.
Mij lijkt het het beste als leerlingen eerst een cursus krijgen over gebruik van ICT, voordat ze hier in een opdracht (of enkele opdrachten) met Nederlands aan de slag gaan. Wanneer ze dat hebben gedaan, moet ICT een even grote rol spelen bij andere vakken als bij Nederlands.
Dus: op zichzelf staande cursus ICT > ICT-gebruik oefenen bij Nederlands > ICT gebruiken bij alle vakken